Dossier online geschillenoplossing

Computerrecht 2001/5, p. 231-260

Inleiding

De afgelopen jaren is het belang van laagdrempelige methoden voor geschillenoplossing toegenomen. Hiervoor zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. In de eerste plaats is de psychologische drempel om een gerechtelijke procedure te beginnen, zeker voor consumenten en kleine bedrijven, hoog. Daarnaast zijn er de juridische complexiteit en de kosten die, in ieder geval in de perceptie van veel potentiële procespartijen, een belemmering vormen om naar de rechter te gaan. Zeker als we in ogenschouw nemen dat de financiële belangen bij met name consumentengeschillen klein zijn. In de derde plaats zorgt de overbelasting van de rechterlijke macht voor lange procedures en daarmee voor langdurige perioden van onzekerheid. Tenslotte is voor het toenemend aantal grensoverschrijdende (consumenten)transacties de procedure voor de nationale rechter minder geschikt.

De bovengenoemde oorzaken hebben tot verschillende initiatieven voor Alternatieve (Online) Geschillenoplossing (ADR) geleid. Het belang van ADR is ook door de Nederlandse en Europese overheden gesignaleerd, wat heeft geleid tot steun voor een aantal projecten, deels voor online geschillenoplossing (ODR). De eerste initiatieven op het gebied van online geschillenoplossing staan echter nog in de kinderschoenen. Anders is dit voor de Verenigde Staten, waar de afgelopen twee jaar een aantal succesvolle ODR-initiatieven tot bloei is gekomen. De bekendste is wellicht Squaretrade, dat als onafhankelijk geschillenoplosser conflicten onder andere voortkomend uit transacties op de veilingsite eBay helpt oplossen. Andere bekende ODR aanbieders zijn Smartsettle en ClicknSettle. Ook de ODR-procedure van de ICANN voor het oplossen van domeinnamengeschillen heeft veel aandacht gekregen.

In dit dossier wordt zowel ingegaan op algemene ontwikkelingen als op een aantal bestaande en toekomstige ODR-procedures. Als eerste zet Lodder het algemeen kader voor ODR uiteen, waarbij wordt ingegaan op de verschillende vormen die ODR kan aannemen en de randvoorwaarden die moeten worden vervuld om ODR succesvol te laten zijn. Daarnaast wordt een overzicht van aanbieders van ODR gegeven en worden mogelijke gevolgen van ODR, zoals het ontstaan van ‘wereldrecht’, besproken.

Borking gaat vervolgens in op de mogelijkheden de voor IT-juristen bekende SGOA-procedure online te voeren. Hij constateert hierbij dat de SGOA-procedure zich niet leent voor volledige online afhandeling, maar dat er wel mogelijkheden zijn om onderdelen van de procedure via internet te laten lopen.

Bonthuis-Krijger bespreekt een initiatief van ECP.NL waarin een eerder initiatief e-mediation.nl is opgegaan: ODR.NL. Naast het opzetten van een ODR informatie-site kent het project drie onderdelen: het online afhandelen van klachten, een online mediation procedure en online arbitration.

Op de situatie in België wordt ingegaan door Heremans. Enerzijds bespreekt hij het met ODR.NL vergelijkbare Belgische initiatief: ECODIR. Anderzijds gaat hij in op de Belgische online procedure voor domeinnaamgeschillen.

De WIPO domeinnaamgeschillen-procedure wordt beschreven door De Weerd & Van Kralingen. Behalve een overzicht van het verloop van de procedure, wordt een aantal zaken die de belangrijkste aspecten van de procedure illustreert behandeld.

Hoewel, zoals eerder gezegd, ODR nog in de kinderschoenen staat, verwachten we dat in de toekomst het praktische belang van ODR zal toenemen. Voor zowel onbekenden met het verschijnsel ODR als al in het onderwerp ingevoerden bevat het voorliggende dossier de informatie die nodig is om in de toekomst de ontwikkelingen omtrent ODR goed te kunnen (blijven) volgen.

Naar overzicht dossier